Bij ‘Nepenthe’ in Zierikzee - tekst inleidende toespraak Daan Rau

Ik vermoed dat ‘Nepenthe’ nu niet direct een woord is dat jullie dagelijks in de mond nemen, het is wel een woord dat je misschien nieuwsgierig maakt. Ofwel laat je het aan je voorbijgaan ofwel doe je de moeite om het op te zoeken of er bestaat de mogelijkheid dat het je bekend is, dat je al dan niet vertrouwd bent met de Griekse of zelfs Egyptische mythologie waarin sprake is van die drank der vergetelheid. De drank die het lijden zou kunnen laten vergeten is niet meer zo mythisch als destijds. De farmaceutische industrie heeft tal van minder poëtische middeltjes op de markt gebracht die aan de behoefte voldoen of dat trachten te doen.
De vraag is of we het lijden moeten vergeten, of dat wel goed is? Het lijden dat mensen ondergaan is niet zonder belang en ik zou het bijzonder zorgwekkend vinden mochten we dat lijden vergeten.
We zijn momenteel nog net in de paastijd en voor christenen is het juist de tijd dat het lijden van de Christus wordt herdacht, er wordt zowat alles aan gedaan opdat je het zeker niet zou vergeten.
Ik denk dat het momenteel zeer belangrijk is dat we het lijden niet vergeten, dat we het lijden dat momenteel vele duizenden dagelijks wordt aangedaan door figuren die bij mij walg en weerzin oproepen heel goed onthouden.
Niet dat we moeten vervallen in wraak en haat, maar juist moeten bewust worden van de noodzaak aan weerstand en menselijkheid.

In 1993 was er die bijzonder goede slogan toen Antwerpen de Europese culturele hoofdstad was: Kan kunst de wereld redden? Ze is me altijd bijgebleven. Het is een vraag die je nu nog altijd kan stellen en je kan er geen eenduidig antwoord op geven. Zeg niet te gauw ja, maar ook niet te gauw neen.

Kunst is onder meer het gevolg van grote emoties, van diepe verlangens, van onnoemelijk lijden, van grote gelukzaligheid, van medelijden en mededogen. Maar kunst is evenzeer het gevolg van diepgaande studie, van ervaring, van nadenken en filosoferen, van het verwerken van het leven zelf. En kunst kan ontstaan door het speels omgaan met de werkelijkheid, door de overgave aan een kinderlijke fantasie, niet bezwaard noch belast door regels en conventies. Kunst kan vele dingen zijn, en ik heb nu de neiging om te zeggen: en dus een goede medicijn, en ik beken hiermee geef ik toe aan wat goedkope rijmelarij. Maar ik denk dat het waar is dat kunst, misschien niet voor iedereen, maar voor velen, een troost kan zijn. Vorige maand nog bespeelde een Libanese cellist zijn instrument in het door Israël gebombardeerde Beiroet, bracht Dvorak midden de ruïnes. Symbool en troost en revolte!

Atelier 21 brengt in deze tentoonstelling vijf kunstenaars samen, vijf individuele kunstenaars die elk met hun eigen werk, los van elkaar, in de wereld van vandaag hun weg trachten te vinden. Ik heb geen idee waarom de galeriehouder precies deze kunstenaars heeft gekozen, of er inhoudelijke verbanden zijn gelegd. Ik bespreek ze even los van elkaar en ik doe dat netjes in alfabetische volgorde.

Bart Gielen is de man die indertijd toch wel heel verrassend uit de hoek is gekomen met houtskooltekeningen op keramische dragers. De vormgeving van die dragers is helemaal niet neutraal, ze refereren naar de barok en de rococo, ze zijn grillig en beladen. De tekening wordt samen met de omkadering een object, een intrigerende aanwezigheid in de ruimte.
De onderwerpen van die tekeningen, waarbij naast houtskool ook wel pastelkrijt wordt gebruikt, komen ons enigszins bekend voor. Het lijken bij wijlen uit de tijd weggerukte schilderijen die ons via lithografische druktechnieken zijn overgeleverd, soms zijn het onwaarschijnlijke samenstellingen en collages van beelden uit diverse tijdperken die als door vergramde goden tot apocalyptische wanen zijn vervormd.

De werken van Bart Gielen durven wel eens verwijzen naar het verleden en toch zijn ze zeer bij de tijd. Bekijk maar eens ‘Metal Dress’ uit 2023. Het toont een mooie damesjurk gedragen door een figuur waarvan het hoofd lijkt te ontbreken. Ze is omgeven door iets wat ik interpreteer als insecten, vliegen meer bepaald.  De onderkant van de drager en het beeld is geperforeerd, je zou het kunnen zien als kogelgaten. Dat zijn mijn interpretaties en jullie hebben er misschien wel andere. Dat maakt het werk van Gielen juist erg boeiend.
Het werk van deze kunstenaar komt misschien wat dreigend over, maar soms vind ik er ook wel grapjes in zoals bij ‘C’mon, C’mon’ waar er duidelijk een oogje in het zeil wordt gehouden. Uiteraard is ook dat interpretatie van mijn zieke geest.

Danielle Luinge is een inwoonster van deze mooie stad. Haar werken worden voornamelijk bevolkt door vrouwelijke figuren. Ze kijken de bezoeker nogal dikwijls frontaal aan. De blik van die vrouwen kan zeer divers zijn. Van doordringend en priemend naar rustgevend of naar binnen gekeerd. Soms zijn het grote ogen van verwondering die een kwetsbaarheid onthullen, soms een afstandelijke blik die over de hoofden gaat en een scherm optrekt. Soms liggen de ogen diep en donker omrand, voeren ze me terug naar de expressionisten of de symbolisten. Altijd vertellen ze iets over de ziel van de figuur die er wordt gerepresenteerd. Bij Danielle zijn het de ogen die onze blik vangen en pas daarna zien we de rest, het lichaam of de omgeving.
De lichamen van Danielles figuren zijn niet vlekkeloos, ze zijn getekend door het leven en ze zijn soms letterlijk betekend. Ze vertellen ons verhalen, ze laten ons fantaseren over het wedervaren van de betekende en eigenlijk ook over onszelf. En ja, het zijn ook zelfportretten, zelfs al is het een beeld van iemand anders, de schilder schildert ook zichzelf, soms bewust, soms ongewild. Ook een stilleven of een landschap kan een zelfportret zijn. Zij is zich daar terdege van bewust en daarom is het zo interessant dat ze zegt: “De mens staat in mijn werk centraal als een vervalsing van mijzelf. Allemaal stukken van hoe ik mijzelf zie, en vooral beleef.” Niets is eenduidig in de kunst, er is geen simpele verklaring voor het werk van een kunstenaar.

Ies Schute was voor mij de grote onbekende in het gezelschap. Toen ik van Frans Blanker een reeks foto’s toegestuurd kreeg met werk van Ies, was er een bij die me raakte, die me ontroerde. Bij die foto stond ‘geen titel // installatie met tekeningen op papier (niet te koop)‘. Een bak met ogenschijnlijk een zestal bundels met tekeningen en je weet dat daar een leven ligt, het product van een leven van iemand die kijkt naar de dingen en de mensen om haar heen, die observeert en die “de eenvoud van de dingen” tracht weer te geven, zo lees ik op haar website. Die installatie op de foto wordt wellicht het uitgangspunt voor een nieuwe installatie, voor een nieuwe ervaring met het omgaan met de dingen, de tekeningen in dit geval. Op diezelfde website lees ik ook over haar oefeningen in langzaamheid. Ik ken het woord in het Duits: Langsamkeit en ik vond het destijds niet terug in het Nederlands woordenboek, het heeft niets met traagheid maar alles met intensiteit te maken. In Alban Bergs opera ‘Wozzeck’ wordt de zin gezongen ’Goede mensen doen de dingen traag’. Het is iets om te onthouden.

De werken van Ies Schute zijn van een bijna ontstellende eenvoud en toch zijn ze doorleefd en wijzen ze ons bijna terecht dat wij het niet zien, die schoonheid en de poëzie van het dagelijkse leven, van het gewone, van het leven in de tuin of in het park, de schoonheid die in kleine dingen schuilt en schril in tegenstelling is met de hang naar de kick.

Anne Vanoutryve was na een lange reis door Zuid-Amerika vooral onder de indruk van de landschappen die ze had beleefd en ervaren, de grootsheid van de natuur in al haar vormen met daarin de kleine, kwetsbare mens. Ze wou die diepe ervaring gestalte geven via de schilderkunst en het landschap blijft haar belangrijkste en overwegende thema. Dikwijls zijn haar schilderijen ongemeen pasteus, ze worden opgebouwd uit meerdere lagen en krijgen bij wijlen sculpturale vormen. Ze is van jongs af aan al begaan met de natuur, het respect ervoor is haar al bij haar opvoeding ingelepeld. Ze schuwt enig avontuur niet en verkende met haar man de smeltende gletsjers in IJsland, dat scherpt haar ecologisch bewustzijn nog meer aan. Haar werken zijn niet direct een beeld van wat ze visueel heeft waargenomen, wel van wat ze heeft ervaren en aangevoeld. Het zijn geen pamfletten, maar impressies en een aanklacht tegelijk, een kreet soms om ons te bezweren de zorg voor onze planeet niet op te geven.

Ik merk de jongste tijd een evolutie in haar werk, ze blijft niet binnen de gekende paden, ze experimenteert met afwijkende onderwerpen, andere materialen. Er komen andere tinten en toonaarden, soms wordt het speelser en minder robuust, maar altijd blijft het echt van haar.

Tot slot is er Giovanni Winne, levensgezel van Danielle, vanuit het West-Vlaamse Torhout naar hier verhuisd en nu inwoner van deze stad. Zijn werk sluit eigenlijk wel goed aan bij dat van Anne Vanoutryve. Zou hun beider afkomst daar iets mee te maken hebben? Giovanni is een zwijger in tegenstelling tot wat zijn Italiaanse naam laat vermoeden. Hij bewondert de oude meesters en gaat erg zorgzaam te werk. Zijn werk is de jongste tijd eveneens sterk geëvolueerd. Ik kende hem voornamelijk van donkere schilderijen, donkere landschappen als doorploegde polders. Ikzelf geniet nog elke dag van een dood vogeltje dat hij jaren geleden heeft geschilderd. En dan kwam hij hier wonen en veranderde zijn thematiek, talloze marines hebben hier het licht gezien en dat kunnen we natuurlijk best begrijpen wanneer je zo dicht bij de zee woont en weet hoe het kan tempeesten. Die marines waren ook eerder donker, voor azuurblauwe kusten moeten we ergens anders zijn. Ze waren en zijn onstuimig en vol leven, wild en gevaarlijk, bedreigend en uitdagend. En nu komt Giovanni hier met een reeks kleurrijke werkjes, ontstuimig en vol leven, misschien wel wild en gevaarlijk, maar vooral uitdagend en uitnodigend om erin te duiken, om er even in te verdwijnen en te genieten als kinderen in het struikgewas en je alleen te wanen op een eiland, zowel spanning als rust te vinden, wetend dat je maar hoeft op te duiken en te roepen “ik ben hier mama”.

Vijf kunstenaars, dames en heren, bieden jullie hier hun eigen medicijn, hun levensnoodzakelijke vitamines die de geest helder houden en je vooral niet laten vergeten tot troost, tot revolte.

Daan Rau

Zierikzee, 4 april 2026