Ne- (nē- geen) penthe (penthos- verdriet)
Verdriet kent vele gezichten: van kleine, vluchtige teleurstellingen tot een overweldigende gemoedsgesteldheid. Het is een basisemotie die we al op zeer jonge leeftijd kunnen duiden en een leven lang meegaat. De traan, als cultureel verankerd symbool, leek lange tijd exclusief menselijk. Inmiddels is er, zowel maatschappelijk als wetenschappelijk, een brede erkenning dat dieren, naast pijn, ook verdriet kunnen ervaren.
Deze korte beschouwing heeft niet de bedoeling het menselijk verdriet neurologisch of psychologisch te ontrafelen. Het zou ondoenlijk zijn, pedant zelfs, om de vele verschijningsvormen van verdriet proberen te omschrijven of analyseren. De aanleiding voor deze groepstentoonstelling begon bij dat intrigerende, visueel poëtische woord zelf: Nepenthe. Niet zozeer om de Oud-Griekse betekenis zoals opgetekend in de Odyssee van Homerus (waar het een middel betrof dat, gemixt door wijn, bij inname verdriet verdrijft), maar om de betoverende, mysterieuze kracht die de overlevering het toekent. Namelijk; dat dit mythische elixer het bewustzijn in een staat van vergetelheid dompelt.
Niet de bestrijding van verdriet, noch het verdriet zelf staat hier als onderwerp centraal, het onderzoek gaat uit naar de werking van het brouwsel, het proces. Hoe ontstaat die vergetelheid eigenlijk, wat gebeurt er dan precies? En is het wel wenselijk om pijnlijke herinneringen te doven? Want: misschien is het verdriet zélf juist een troostend middel, een intuïtief en biologisch aangedreven reflex, dat ons in staat stelt pijn te verwerken.
De vraag die hier wordt opgeworpen is of kunst onze ervaring van de lineaire, geconditioneerde tijd (Chronos) kan oprekken of vertragen, waarbij herinneringen kunnen vervagen en we opgaan in een ongrijpbaar maar betekenisvol moment (Kairos). Met andere woorden: kan kunst zélf een Nepenthe-effect bewerkstelligen?
Naast dat verdriet een interne, subjectieve emotie is, kunnen wij het in al zijn verschijningsvormen ook herkennen bij anderen, delen en medeleven tonen. Daarmee is verdriet niet alleen een individuele beleving, maar ook een gedeelde, intersubjectieve ervaring. Intersubjectiviteit verwijst naar de gedeelde ervaringen, betekenissen en werkelijkheden die ontstaan tussen mensen. Dan gaat het niet om de privébeleving (subjectief) of objectieve (feitelijke, bewijsbare) waarneming, maar om wat wij samen als waar, betekenisvol of werkelijk ervaren.
Zo is bijvoorbeeld een bankbiljet op zichzelf een stukje papier, maar heeft het waarde tussen de mensen die er afspraken over hebben gemaakt en gezamenlijk geloven in de waardetoekenning ervan. Die gedeelde overtuiging maakt het tot een functioneel ruilmiddel. Een ander voorbeeld is religie of een ideologische overtuiging; geloofssystemen krijgen voet aan de grond en creëren een collectieve identiteit doordat een gemeenschap ze samen als betekenisvol ervaart.
Ook kleurbeleving* is intersubjectief: wij weten niet precies wat een ander individu waarneemt of ervaart. Hoewel elke kleur vele schakeringen kent, er net even anders uitziet (scharlaken rood is anders dan bordeaux), begrijpt iedereen wat je bedoelt bij de aanduiding rood, begrijpen we het grotere algemeen aanvaarde beeld van de kleur. Om met anderen te kunnen verbinden, zijn we evolutionair afgestemd op een gedeelde sociale realiteit, met al zijn nuttige ficties als geld en geloofssystemen.
Kunst maakt ook deel uit van een collectieve beleving. De kunsten creëren een dialoog tussen maker, het werk of uitvoering, en de toeschouwer. Een driehoeksverhouding omdat de kunst zelf fungeert als een actieve deelnemer, waardoor het meer wordt dan alleen een fysiek object of uitvoering (dans, muziek, voordracht), namelijk een betekenisvolle entiteit in die relatie.
*naast kleurbeleving kan kleur ook wetenschappelijk worden vastgesteld in verschillende golflengten.
“Het delen van verhalen heelt, niet in de zin van het verdrijven van pijn, maar door het ervaren van niet-lineaire tijd”
Ook de kunsten creëren gedeelde ervaringen. In dat proces kan de lineaire tijdsbeleving van meetbare causaliteit worden beïnvloed. Onze tijdsperceptie lijkt te kunnen veranderen als we tijd delen. Het boek dat je opslokt, de stilte tussen de noten, ruimte tussen de regels, het moment voor het doek opengaat, de aanstekelijke lach, een troostende smaaksensatie, verdwijnen in dans; in die momenten zijn we niet langer gevangen in een geconditioneerde kloktijd.
Wat een kunstbeleving kan verruimen is dat taal er niet bij nodig is om het te ervaren of te delen; het de noodzaak tot benoemen overstijgt. Daarmee kan kunst ook pre-reflectief ervaren worden. Pre-reflectief (of pre-cognitief) is de directe, onmiddellijke beleving van iets voordat je er bewust over nadenkt of het analyseert. De ervaring is dan nog geen concept van het denken geworden; je bent simpelweg aanwezig in de situatie. Zonder woorden, zonder tijdsbeleving.
Frans Blanker
Zierikzee, februari 2026
Literatuurlijst:
Homerus - ‘Odyssee’, ca. 8e eeuw v.Chr.
Ludwig Wittgenstein - ‘Over kleur’, oorspronkelijke uitgave (1977, posthuum) ‘Bemerkungen über die Farben’, Basil Blackwell - Oxford.
Hannah Arendt - ‘De menselijke conditie’ , oorspronkelijke uitgave (1958): ‘The Human Condition’, The University of Chicago Press.
William James - ‘The Principles of Psychology’, (1890) Henry Holt and Company - New York.
Interessante links:
• Muziek als medicijn
https://erasmusmcfoundation.nl/muziekalsmedicijn/
• Kunst in de zorg
Afbeelding: Dieric Bouts (ca. 1470-1475) ‘Mater dolorosa’.